Zzp'er mag huur werkruimte toch niet aftrekken



Staatssecretaris Wiebes van Financiën komt binnenkort met een nota van wijziging waarin is opgenomen dat zzp’ers hun huur niet meer mogen aftrekken als zij 10% van de huurwoning als werkruimte gebruiken. Hiermee wordt het oordeel van de Hoge Raad aan de kant geschoven.


In augustus van dit jaar gaf de Hoge Raad aan dat ondernemers voor de inkomstenbelasting de door hen betaalde huur mochten aftrekken als zij 10% van hun huurwoning gebruikten als werkruimte. De staatssecretaris heeft nu een einde gemaakt aan deze regeling omdat hij, door alle aandacht die het arrest heeft getrokken, verwacht dat het de schatkist te veel gaat kosten.

Ongelijkheid tussen ondernemers met koophuis en huurhuis

Daarnaast ontstond er door het arrest een ongelijkheid tussen de behandeling van een onzelfstandige werkruimte bij ondernemers met een huurhuis en met een koophuis. Deze ongelijkheid is door de nota van wijziging nu weer rechtgetrokken. Kosten voor een zelfstandige werkruimte in zowel een koophuis als een huurhuis blijven gewoon aftrekbaar. (Bron: rendement)



Maatregelen prinsjesdag voor ondernemers



Op Prinsjesdag zijn wijzigingen aangekondigd die specifiek gevolgen hebben voor ondernemers. BV Rendement neemt de belangrijkste maatregelen met u door, waaronder de afschaffing van het pensioen in eigen beheer voor dga’s en het verlagen van de vennootschapsbelasting.


Het kabinet heeft op Prinsjesdag het langverwachte wetsvoorstel voor de uitfasering van het pensioen in eigen beheer voor dga’s officieel gepresenteerd. Hiermee worden circa honderdduizend dga’s vanaf 2017 bevrijd van de pensioenklem waarin zij zich al geruime tijd bevinden.
Goed nieuws voor ondernemers, en vooral ook voor ondernemers in het mkb, is daarnaast dat de vennootschapsbelasting wordt verlaagd door de eerste schijf van 20 procent tussen 2018 en 2021 stapsgewijs te verlengen van € 200.000 naar € 350.000.
Interessant is ook dat verschillende subsidieregelingen vanaf volgend jaar worden uitgebreid. Zo groeit het budget voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) met € 62 miljoen, wordt er € 15 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de Energie-investeringsaftrek (EIA), en trekt het kabinet € 17 miljoen meer uit voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA).


Drempel gebruikmaking BMKB hoger voor ondernemers

Daar staat tegenover dat op Prinsjesdag ook bekend is gemaakt dat de premie die ondernemers moeten gaan betalen voor het gebruik van de borgstelling voor het mkb (BMKB) flink wordt opgeschroefd. Vanzelfsprekend zijn de ondernemersorganisaties MKB-Nederland, VNO-NCW en LTO Nederland hier niet over te spreken. De BMKB is voor ondernemers namelijk van groot belang, omdat de regeling bancaire kredietverlening aan mkb-ondernemers stimuleert. Een verhoging van de premie zorgt ervoor dat ondernemers dieper in de buidel moeten tasten om gebruik te kunnen maken van de BMKB.
Ook zijn enkele wijzigingen met betrekking tot de innovatiebox gepresenteerd. Op Europees niveau is afgesproken dat de toegangswegen tot de innovatiebox verder worden ingeperkt. Zo moet voorkomen worden dat ondernemingen misbruik kunnen maken van de innovatiebox door niet-innovatieve activiteiten te laten profiteren. Daarnaast geldt vanaf 2017 een administratieplicht en zal vanaf  hetzelfde jaar een strikter criterium gehanteerd worden voor de innovatiebox. (bron:rendement)

Extra acties voor zekerheid over wet DBA



De regering neemt op korte termijn extra maatregelen om opdrachtnemers en werkgevers méér duidelijkheid te geven over hun arbeidsrelatie. Dat is één van de uitkomsten van de eerste voortgangsrapportage van de invoering van de Wet DBA.


Het enige wat de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) heeft geregeld, is het afschaffen van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR). De rest van de regels die bepalen of een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) een ondernemer of een werknemer is, is niet veranderd. Het gebruik van een modelovereenkomst is dan ook lang niet altijd nodig, omdat vaak overduidelijk is dat een opdrachtnemer buiten dienstverband werkt.

Meldpunt bij de Belastingdienst

Uit de eerste voortgangsrapportage DBA blijkt dat veel opdrachtnemers en werkgevers nog onzeker zijn over hoe ze hun positie nu zeker kunnen stellen. Om deze onzekerheid snel uit de weg te ruimen, heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën voor de periode tot 1 mei 2017 een aantal extra acties aangekondigd. Zo gaat hij zorgen voor:

  • - extra capaciteit voor het beoordelen van ingediende – met name individuele –  overeenkomsten, zodat de behandeltijd voor het goedkeuren van overeenkomsten korter wordt;
  • - een register waarmee opdrachtgevers en opdrachtnemers (naar verwachting vanaf november) kunnen nagaan of de Belastingdienst een overeenkomst met een bepaald kenmerk heeft goedgekeurd;
  • - een bijsluiter waarin vóór 1 december het gebruik van de algemene modelovereenkomsten wordt verduidelijkt;
  • - een meldpunt bij de Belastingdienst waar opdrachtgevers en opdrachtnemers terechtkunnen als zij denken dat de wet DBA onbedoelde effecten heeft;
  • - nog meer toegespitste en betere communicatie, samen met branche- en koepelorganisaties.

Geen boetes voor goedwillende partijen


De staatssecretaris benadrukt in zijn rapportage dat goedwillende ondernemers, opdrachtgevers en opdrachtnemers zich geen zorgen hoeven te maken over een zogenoemde ‘boetegolf’ na de implementatieperiode.  Malafide ondernemers – die bijvoorbeeld kostenvoordeel halen ten opzichte van concurrenten en vroeger gevrijwaard waren door een VAR – kunnen na 1 mei 2017 wel rekenen op een harde hand. (bron: rendement)



Huurwoning aftrekbaar als zelfstandige -update-



We krijgen veel vragen van zefstandigen over de aftrekbaarheid van woonlasten als zelfstandige. Helaas geeft de media vaak een beperkte weergave van de daadwerkelijke materie. In het nieuwsbericht ' Hoe zit dat nu eigenlijk met je woonlasten als zelfstandige?' hebben we al het een en ander uitgelelgd over de mogelijkheden om kosten van woonlasten als zakelijk kosten af te kunnen schrijven.

In dit artikel gaan we hier verder op in.

Op 12 augustus heeft de Hoge Raad bevestigd dat de huurlasten van een woning met een onzelfstandige werkruimte, na saldering met een correctie voor het privégebruik, onder voorwaarden volledig aftrekbaar zijn. Waarschijnlijk heeft u deze uitspraak al ergens gelezen. Er is nogal wat om te doen. Ongelukkigerwijs is de weergave van het arrest vaak nogal ongenuanceerd en wordt de suggestie gewekt dat de ondernemer op basis van dit arrest zijn huurlasten met terugwerkende kracht van vijf jaar alsnog kan aftrekken. Dit is helaas niet het geval. Wij zullen u dat in dit artikel uitleggen.

Maar eerst het goede nieuws.

De Hoge Raad heeft nu definitief beslist dat de ondernemer de huurlasten van zijn woning, met een onzelfstandige werkruimte, onder voorwaarden, ten laste van zijn winst kan brengen. De voorwaarden voor aftrek zijn allereerst dat de ondernemer in zijn huurwoning over werkruimte beschikt, die meer dan 10% van het totale woningoppervlakte beslaat. En daarnaast moet de ondernemer in zijn aangifte inkomstenbelasting duidelijk maken dat hij het huurrecht van zijn woning tot zijn ondernemingsvermogen rekent.

De ondernemer doet dit door in de aangifte de huurlasten van die woning ten laste van zijn winst te brengen. Deze uitspraak is een bevestiging van wat in de praktijk al een tijdje wordt geadviseerd en toegepast. Zelfs de site van de belastingdienst maakt melding van deze aftrekmogelijkheid.

Maar waarom heeft deze uitspraak dan geen terugwerkende kracht?

Dit hangt samen met een tweetal leerstukken: de vermogensetikettering en de stelselherziening. Als een ondernemer in een jaar een bepaald goed verwerft, dan moet hij in zijn aangifte inkomstenbelasting over dat jaar duidelijk maken of hij dat goed tot zijn ondernemingsvermogen rekent. Normaliter maakt hij deze keuze duidelijk door zo’n goed op de balans te zetten. Denk bijvoorbeeld aan een zakelijke auto, een computer of een bureau. Maar ook een huurrecht van een woning is zo’n goed. De ondernemer heeft bij die keuze niet altijd de vrijheid. Een goed dat voor meer dan 90% in zijn onderneming wordt gebruikt, is verplicht ondernemingsvermogen. En als het goed voor 10% of minder zakelijk wordt gebruikt, dan is het verplicht privévermogen. Alles er tussenin, is keuzevermogen. Je bent dan vrij om dat goed ofwel tot je ondernemingsvermogen dan wel tot je privévermogen te rekenen. Als een goed ondernemingsvermogen is, dan zijn alle kosten van dat goed van de winst aftrekbaar. Eventueel onder een correctie voor het privégebruik (denk bijvoorbeeld aan de correctie privégebruik bij de bedrijfsauto).

Deze keuze is eenmalig. En daar zit hem de kneep. Aan een gemaakte keuze zit je vast, als de aanslag over dat jaar definitief is. Je kunt een goed niet het ene jaar tot je ondernemingsvermogen rekenen en het volgende jaar tot je privévermogen. Een herziening van je gemaakte keuze is alleen mogelijk als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Helaas is een uitspraak van rechter (ook al is het de hoogste rechterlijke instantie) niet zo’n bijzondere omstandigheid. Een bijzondere omstandigheid zou bijvoorbeeld verhuizing naar een nieuwe huurwoning zijn.



Alle ondernemers, die in het verleden de huurlasten van hun woning niet van hun winst hebben afgetrokken, hebben (waarschijnlijk zonder daar erg in te hebben) het huurrecht dus tot hun privévermogen gerekend. En aan die keuze zitten ze vast. Hebben deze ondernemers dan voor hun werkruimte thuis dan geen aftrekmogelijkheid?

In principe wel. Een ondernemer die privévermogensbestanddelen aan zijn onderneming ter beschikking stelt, mag daarvoor een gedeelte van de kosten in aftrek van zijn winst brengen. Alleen is die aftrekmogelijkheid voor het zakelijk gebruik van privé-vermogensbestanddelen aan tal van wettelijke beperkingen onderworpen. Zo geldt voor de privé-auto dat de aftrek tot 0,19 eurocent per gereden zakelijke kilometer beperkt is. En zo geldt voor de werkruimte dat de werkruimte zelfstandig moet zijn en aan de inkomenseis moet zijn voldaan. Met name op de eerste eis van zelfstandigheid sneuvelen de meeste zaken. Een werkruimte is namelijk pas zelfstandig als die ruimte ook aan een derde zou kunnen worden verhuurd. De ruimte moet dan over een eigen opgang en toiletfaciliteiten beschikken. Dat is natuurlijk in het merendeel van de situaties niet het geval.

En zo bevinden we ons, na de uitspraak in een hele rare situatie, waarin niet het gebruik van de werkruimte maar de vermogenskeuze uiteindelijk bepalend is voor de aftrek. Een ondernemer bijvoorbeeld die zijn huurwoning 40% zakelijk gebruikt, en zijn huurrecht tot zijn privévermogen heeft gerekend, heeft geen enkele aftrekmogelijkheid. Terwijl een ondernemer die zijn huurwoning voor 11% zakelijk zou gebruiken, en zijn huurrecht tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend, al zijn huurlasten (tegen een kleine privécorrectie) in aftrek mag brengen. Dit is een merkwaardige en onrechtvaardige situatie. Je begrijpt nu waarom de Staatssecretaris dit vraagstuk aan de Hoge Raad heeft voorgelegd.


Belastingdienst verstuurd steeds meer digitaal

2 september 2016

De Belastingdienst stuurt vanaf 1 september zeven berichten voor het eerst digitaal naar de Berichtenbox van belastingplichtigen op MijnOverheid.

Het gaat om zeven soorten beschikkingen voor de inkomstenbelasting vanaf belastingjaar 2014.



De volgende berichten worden voortaan digitaal verstuurd:

- Ambtshalve aanslag
- Navorderingsaanslag
- Ambtshalve verminderingsaanslag
- Uitspraak op bezwaar
- Beschikking teruggaaf mindering
- Carryback
- Verzoek om ambtshalve (volgende/vermindering) voorlopige aanslag


De berichten worden voor tenminste 2 jaar ook nog op papier verstuurd.

Steeds meer digitaal
De Belastingdienst verstuurt stap voor stap meer berichten digitaal. De uitnodiging tot het doen van aangifte, de voorlopige aanslag en de definitieve aanslag inkomstenbelasting ontvingen belastingplichtigen al in de Berichtenbox. Met deze uitbreiding hebben belastingplichtigen steeds meer post van de Belastingdienst digitaal bij de hand.
www.belastingdienst.nl

Kleine ondernemersregeling mag blijven



Staatssecretaris Wiebes van Financiën is niet van plan om de kleineondernemingsregeling (KOR) af te schaffen. Dit blijkt uit een recente Kamerbrief aan de Tweede Kamer. Wel gaat hij onderzoeken of de regeling vereenvoudigd kan worden.

De kleineondernemingsregeling is een regeling in de BTW waar ondernemers met een lage omzet gebruik van kunnen maken. De KOR zorgt ervoor dat zij geen of minder BTW hoeven af te dragen als zij onder bepaalde grenzen blijven. De regeling geeft een vermindering van belasting als het BTW-bedrag minder dan € 1.883 per jaar bedraagt. Betaalt de organisatie jaarlijks niet meer dan € 1.345 aan BTW, dan hoeft een organisatie via de KOR helemaal geen BTW te betalen.

Administratieve last verminderen voor kleine organisaties

De administratieve verplichtingen van de BTW drukken volgens de staatssecretaris echter zwaar op kleine organisaties. De staatssecretaris wil daarom de administratieve lasten voor kleine organisaties verminderen. Hij wil de KOR niet beëindigen, maar gaat wel uitzoeken of de huidige regeling eenvoudiger kan.

Bron: rendement

Hoe zit dat nu eigenlijk met mijn woonlasten als zelfstandige?


Woonlasten aftrekbaar als zelfstandige?

Huurwoning

Als Zelfstandigen een woning huren, mogen zij de volledige huurkosten als fiscale aftrekpost voor hun onderneming opvoeren.

Zelfstandigen zonder personeel mogen de volledige huurkosten van een huurwoning aftrekken, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen.

De belangrijkste voorwaarden zijn:

* 10% van de woning moet als bedrijfsruimte gebruikt worden

* Aftrek van huur (en overige woonlasten) is alleen mogelijk indien de aftrek vanaf start onderneming werd gedaan of indien je met de onderneming bent verhuisd naar een nieuw huurhuis

*Het aftrekken van de huur leidt er wel toe dat je een bijdrage voor privé gebruik van je eigen woning moet bijtellen op basis van een percentage van de WOZ waarde (1,85%). Dit betekent dat als u een groot deel van uw woning als zakelijk gebruikt of indien de WOZ waarde relatief hoog is, het wellicht aantrekkelijker is om of de woning fiscaal te splitsen of de huur niet af te trekken.

*Indien je als zelfstandige huursubsidie geniet en de huurlasten aftrekt, geldt dat de huursubsidie fiscaal als inkomen wordt gezien. Die moet je dus bij je winst uit onderneming optellen.

Koopwoning

Als je een koopwoning bezit liggen de regels weer anders.

Is je werkruimte fysiek gescheiden van de rest van het huis en afzonderlijk te verhuren?

Om te bepalen of de woonlasten aftrekbaar zijn als zakelijke kosten moet je eerst deze twee vragen beantwoorden:

  1. Gaat het om een zelfstandige werkruimte of niet?
  2. Is je huis privébezit of maakt het deel uit van      je ondernemingsvermogen?
Eerst vraag 1. Wanneer sprake is van een zelfstandige werkruimte staat niet nauwkeurig in de wet omschreven. In de praktijk heeft een zelfstandige werkruimte in elk geval een eigen ingang en wc en kan deze ruimte in principe afzonderlijk aan een derde worden verhuurd. Denk aan een huisarts met praktijk aan huis of aan een ondernemer die zijn bedrijf bestiert vanuit een vroegere garage of tuinhuis.

Niet-zelfstandige werkruimte

Als niet aan bovenstaande criteria wordt voldaan, gaat het automatisch om een niet-zelfstandige werkruimte. Denk aan een aparte kamer of studio die volledig als werkruimte wordt gebruikt, maar die niet aan bovenstaande criteria voldoet.

Bij een niet-zelfstandige werkruimte zijn de regels duidelijk: dan blijft het hele huis fiscaal een eigen woning: de rentelasten (minus het woningwaardeforfait) zijn aftrekbaar in box 1, verdere kosten die je maakt voor je werkruimte, zoals verwarming en een schildersbeurt, zijn niet aftrekbaar. Deze situatie geldt voor de meeste ondernemers die vanuit huis werken.

… of wel zelfstandige werkruimte

Is er wel sprake van een zelfstandige werkruimte, dan is de fiscale behandeling heel anders:

  • De werkruimte valt in box 3. Stel dat de      werkruimte 25 procent uitmaakt van je hele huis, dan moet je 25 procent      van de woz-waarde minus 25 procent van de hypotheek opgeven in box 3. Je      betaalt over het saldo elk jaar 1,2 procent vermogensrendementsheffing.
  • Je mag 4 procent van de woz-waarde (van deze 25      procent) als bedrijfskosten opvoeren.
  • Alle overige kosten van de werkruimte zijn      aftrekbaar als bedrijfskosten. Dan gaat het om de kosten van de inrichting      en alle andere kosten die nodig zijn om te werken, maar ook om een      percentage (in dit voorbeeld 25 procent) van alle energiekosten en andere      woonlasten voor het hele huis.
Hierboven is uitgegaan van de eigen woning als privébezit. Dit is bij verreweg de meest ondernemers het geval. Maar bij sommige ondernemers staat hun huis op de zaak (vraag 2). Dan zijn de regels weer anders.



Heb je nog vragen? Maak gerust een afspraak met één van onze adviseurs.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

0345-501828






Pensioen in eigen beheer niet meer toegestaan



Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) bouwt net zoals een werknemer in loondienst pensioen op. Alleen bouwt een DGA dit pensioen zelf op in zijn eigen B.V. Bij het bereiken van de pensioenleeftijd betaalt de DGA dan zijn pensioen aan zichzelf uit. Vanaf 1 januari 2017 is het pensioen in eigen beheer echter niet meer toegestaan. Hoe nu verder?




Een directeur-grootaandeelhouder ben je niet alleen als je de eigenaar bent van een B.V.. DGA ben je zodra je zó veel aandelen hebt dat je de meerderheid van de stemmen hebt bij een algemene vergadering en dus niet tegen je zin in kan worden ontslagen of zodra in de statuten is bepaald dat je niet zomaar ontslagen kan worden (maar pas bij een versterkte meerderheid van de stemmen). Om net als mensen die op de loonlijst staan pensioen op te bouwen, kregen DGA’s de mogelijkheid zelf pensioen op te bouwen en te beheren: het pensioen in eigen beheer (PIEB). Vanaf 1 januari 2017 stopt deze mogelijkheid.



Waarom stopt het PIEB?

Veel B.V.’s zijn de afgelopen jaren in problemen gekomen doordat de rente daalt. Hierdoor hebben de DGA’s een hogere voorziening nodig om het pensioen in de toekomst toch uit te kunnen betalen. Daarbij geeft het verschil tussen de commerciële en fiscale voorschriften een verkeerd beeld van de werkelijkheid. Hierdoor is er een groot verschil tussen de commerciële en fiscale waarde van de pensioenvoorziening en daarmee het eigen vermogen. De commerciële waarde van de pensioenvoorziening geeft de werkelijke waarde van de voorziening weer. Bij deze waardering is rekening gehouden met een lage rekenrente, leeftijdsterugtelling en de indexatie van pensioenen. De fiscale waarde wordt berekend met een rekenrente van 4% en er wordt geen leeftijdsterugtelling gehanteerd. Het is hierdoor goed mogelijk dat de commerciële waarde twee keer zo hoog is als de fiscale waarde. Dit resulteert in het feit dat het werkelijke eigen vermogen aanzienlijk lager is dan het fiscale eigen vermogen. Om een einde te maken aan deze problematiek heeft de staatssecretaris van Financiën nu besloten het PIEB te stoppen.



Hoe nu verder?

Per 1 januari 2017 is de DGA verplicht te stoppen met het zelf opbouwen van zijn pensioen. Wel kan hij kiezen om zijn pensioen op te bouwen bij een verzekeraar zoals een werknemer in loondienst dat ook doet. De staatssecretaris heeft het volgende bepaald:



Premievrij maken

Alle pensioenen in eigen beheer worden per 1 januari 2017 premievrij gemaakt. De voorziening neemt nog wel toe, maar niet meer met dotaties (wel indexatie en oprentie). Voor pensioenaanspraken die nog niet premievrij zijn gemaakt dient dit per 31 december 2016 te zijn gebeurd.



Afstempelen

Nadat een pensioenaanspraak premievrij is gemaakt, heeft de DGA de mogelijkheid de pensioenaanspraak aan te passen (af te stempelen) tot de fiscale waarde. Deze afstempeling leidt echter niet tot belastingheffing of revisierente, waar dit normaliter wel het geval was. Door deze afstempeling zijn de commerciële en fiscale waarde van de pensioenvoorziening gelijk. Dit heeft als gevolg dat pensioenuitkeringen in de toekomst lager worden (de commerciële en dus werkelijke waarde is in de meeste gevallen verlaagd). Pensioenen die reeds uitgekeerd worden hebben deze mogelijkheid ook.



Kiest de DGA niet voor de afstempeling, dan behoudt hij wel zijn pensioenaanspraken en blijft hij deze waarderen volgens fiscale grondslagen. Er blijft dan een verschil bestaan tussen de commerciële en fiscale waarde van de pensioenvoorziening.



Belangrijk om in overweging te nemen is dat door de afstempeling het nabestaandenpensioen ook verminderd wordt. Een pensioenaanspraak bestaat namelijk vaak uit een ouderdomspensioen én een nabestaandenpensioen. De partner wordt hierdoor benadeeld bij het overlijden van de DGA omdat er minder nabestaandenpensioen zal worden uitgekeerd. Uit het definitieve plan van de staatssecretaris blijkt dat er geen instemming van de partner nodig is om het ouderdomspensioen af te stempelen of af te kopen.



Nadat de pensioenaanspraak is afgestempeld heeft de DGA opnieuw een keuze. Hij kan de voorziening voortzetten (oudedagssparen in eigen beheer (OSEB)) of de voorziening met korting afkopen.



OSEB

Als de voorziening wordt voortgezet kan deze niet meer worden gedoteerd op basis van het salaris. Dotaties bestaan enkel uit oprenting op basis van het U-rendement, welke in de winst- & verliesrekening belast wordt.



De uitkering van de OSEB zal als volgt verlopen:

-        Overdracht naar een andere B.V. is niet mogelijk. Enkel de beherende B.V. kan de uitkeringen verrichten. Wel is het mogelijk de pensioenvoorziening over te dragen aan een verzekeraar of bank.

-        De uitkering moet uiterlijk binnen twee maanden na het bereiken van de pensioenleeftijd ingaan.

-        De uitkeringen moeten kwalificeren als periodieke uitkering en hebben een looptijd van 20 jaar. In het eerste jaar wordt dan 1/20e deel van de voorziening uitgekeerd, in het tweede jaar 1/19e deel enzovoorts.

-        Indien de DGA voortijdig overlijdt moet er binnen 12 maanden een uitkering aan de nabestaanden beginnen.

-        Als niet volgens de reguliere procesgang wordt afgewikkeld dient er een revisierente te worden betaald (20%).



Afkopen

Nadat de pensioenvoorziening is afgestempeld tot de fiscale waarde van de voorziening, kan de DGA er voor kiezen de pensioenaanspraak met korting af te kopen. Normaal gesproken is er revisierente verschuldigd (20%). Echter is er voor de jaren 2017, 2018 en 2019 een uitzondering gemaakt. Deze drie jaren betreffen de overgangsperiode. In de overgangsperiode hoeft er geen revisierente te worden betaald.



Naast een korting in revisierente is er ook een korting voor het afkopen van de pensioenaanspraak. Deze kortingen gelden op de balanswaarden per 31 december 2015. Onderstaande kortingen gelden dus niet op dotaties in 2016 of later.

-        Indien er in 2017 wordt afgekocht wordt 34,5% van de (fiscale) waarde vrijgesteld. Dit houdt in dat slechts 65,5% belast wordt bij afkoop. De voorziening wordt belast met inkomstenbelasting. In het meest ongunstige geval wordt er 65,5% x 52% = 34,06% belasting betaald over de afkoop.

-        Indien er in 2018 wordt afgekocht wordt 25% van de (fiscale) waarde vrijgesteld. Dit houdt in dat 75% belast wordt bij afkoop. In het meest ongunstige geval wordt er 75% x 52% = 39% belasting betaald over de afkoop.

-        Indien er in 2019 wordt afgekocht wordt 19,5% van de (fiscale) waarde vrijgesteld. Dit houdt in dat 80,5% belast wordt bij afkoop. In het meest ongunstige geval wordt er 80,5% x 52% = 41,86% belasting betaald over de afkoop.

De belasting is direct bij afkoop verschuldigd.



Door het afkopen van de pensioenaanspraak komt er privé geld beschikbaar voor de DGA. De B.V. de betaalt de loonheffing over de en de DGA ontvangt de netto-afkoop. Indien de B.V. de DGA de afkoop verschuldigd blijft, wordt een terbeschikkingsvordering gecreëerd. Dit is fiscaal ongunstig.



Een mogelijk gevolg van de afkoop is dat door de beëindiging van opbouwen van pensioen de DGA een lager fiscaal loon geniet dan in een vergelijkbare dienstbetrekking. Dit kan tot gevolg hebben dat het DGA-loon verhoogd moet worden.



Duidelijk is dat er verschillende mogelijkheden zijn voor de DGA en dat hij een keuze zal moeten gaan maken. Indien u benieuwd bent of vragen heeft over uw mogelijkheden en de voor u beste keuze, neem dan vrijblijvend contact met ons op via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 0345-501828. We helpen u graag bij het maken van de juiste én voordeligste keuze.



Per 1 juni € 25.000 werkkapitaal via Qredits


Qredits verstrekt per 1 juni voor maximaal € 25.000 werkkapitaal aan het mkb. De ondernemingen die voor dit nieuwe doorlopende zakelijke krediet in aanmerking komen, profiteren van een rentetarief dat lager is dan het rentetarief van de bank.


Qredits is een non-profit dienstverlener die zich richt op het financieren van kleine Nederlandse ondernemingen. Sinds 2015 kunnen ondernemingen bij Qredits voor maximaal € 250.000 een kredietaanvraag indienen. Daarnaast kunnen startende en bestaande ondernemingen uit het mkb tot een bedrag van maximaal € 50.000 aan microkrediet aanvragen. In aanvulling daarop kunnen mkb-ondernemingen gebruikmaken van het mkb-krediet. Dit is een lening voor een bedrag van minimaal € 50.000 tot maximaal € 250.000. In de praktijk is echter gebleken dat een groot deel van dit krediet wordt gebruikt voor investeringen, waardoor er slechts een klein deel overblijft dat als werkkapitaal kan dienen.

De solvabiliteit verbetert

Qredits wil het gebrek aan werkkapitaal per 1 juni oplossen met een nieuw flexibel krediet, dat alleen in combinatie met een lening van Qredits wordt verstrekt. Dit doorlopende zakelijke krediet heeft de functie van werkkapitaal. Werkkapitaal is het geld dat een onderneming tijdens de dagelijkse werkzaamheden nodig heeft om bijvoorbeeld leveranciers te betalen. U kunt uw aanvraag voor dit krediet per 1 juni indienen via de website van Qredits. Het door Qredits verstrekte werkkapitaal zorgt ervoor dat de solvabiliteit verbetert. Dit is een kengetal dat het weerstandsvermogen van een onderneming weergeeft. Als de solvabiliteit verbetert, komt een onderneming eerder in aanmerking voor een aanvullende lening van de bank. 
(Bron: Elsevier)

Nieuwe loonbelastingtabellen wijken weer af..



De nieuwe tabellen voor de loonbelasting- en premieheffing die per 1 april 2016 gaan gelden, zijn opnieuw niet precies in lijn met de tarieven voor 2016. Maar voor deze afwijking is bewust gekozen...

De tabellen voor de heffing van loonbelasting/premie volksverzekeringen die werkgevers nu hanteren bij de loonaangifte, zijn eigenlijk alweer verouderd. Sterker nog; dat waren ze op het moment van inwerkingtreding al. De tabellen zijn namelijk vastgesteld op basis van de Prinsjesdagwetsvoorstellen die de Tweede Kamer half november goedkeurde. Dat moest zo vroeg, omdat de ontwikkelaars van salarissoftware tijd nodig hadden om de nieuwe rekenregels en tabellen voor 2016 te verwerken.

Niet meer vóór 1 januari 2016 aangepast

Toen de Eerste Kamer in december nog een aanpassing van de tarieven in de tweede en derde schijf van de loonbelasting voor 2016 liet doorvoeren, kon deze dus niet meer vóór 1 januari in de rekenregels en tabellen worden aangepast. In de tabellen die tot 1 april gelden, wordt daardoor gerekend met een tarief van 12,05% en 40,20% voor respectievelijk de tweede en derde schijf van de loonbelasting. In werkelijkheid zijn de loonbelastingtarieven voor de tweede en derde schijf 12,25% en 40,40%. Per 1 april 2016 wordt dit alsnog gerepareerd via een wijziging van de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990.

Afwijkingen in 2016 rechttrekken

De nieuwe tabellen die per 1 april 2016 gelden, zijn echter ook niet helemaal in lijn met de tarieven voor 2016. De tabellen zijn namelijk zo vastgesteld dat de afwijkingen die in de eerste aangiftetijdvakken van 2016 (tool) zijn ontstaan, nog zo veel mogelijk in de rest van 2016 worden rechtgetrokken. De tabellen vanaf 1 april gaan voor de tweede en derde schijf uit van respectievelijk 12,31% en 40,46%.
De tabellen voor bijzondere beloningen volgen per 1 april wel de werkelijke tarieven voor 2016. Omdat alleen incidenteel loon als bijzondere beloning wordt afgerekend, wordt er geen rekening gehouden met de te lage tarieven in de eerste drie maanden van 2016.

(Bron: Rendement.nl)







Voorlichtigsbijeenkomsten over Wet DBA


De Belastingdienst en de Kamer van Koophandel (KvK) organiseren tussen 18 maart en 26 mei 2016 voorlichtingsbijeenkomsten over de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Tijdens deze bijeenkomsten komen de gevolgen van de Wet DBA voor jouw organisatie uitgebreid aan bod.


Per 1 mei 2016 krijgt je organisatie te maken met de Wet DBA en vervalt de huidige Verklaring arbeidsrelatie (VAR). jouw organisatie krijgt bij de samenwerking met opdrachtnemers dan te maken met een stelsel van modelcontracten. Voor de vrijwaring van de loonheffingen is zo’n modelovereenkomst nodig én is het noodzakelijk dat er ook daadwerkelijk conform die goedgekeurde overeenkomst wordt gewerkt. Dit nieuwe stelsel roept een hoop vragen op. De voorlichtingsbijeenkomsten moet je organisatie voorbereiden op de overstap, zodat er geen belangrijke zaken tussen wal en schip raken.

Aanmelden voor de voorlichtingsbijeenkomsten

De bijeenkomsten zijn in verschillenden delen van Nederland en vinden plaats tussen 18 maart en 26 mei 2016. In een dagdeel krijgt je organisatie:

inzicht in de nieuwe wetgeving en overgangsregeling;

helderheid over de modelovereenkomsten;

informatie van de uitvoerende en beslissende partijen (zoals de Belastingdienst);

mogelijkheid vragen te stellen aan de deskundige partijen;

goede voorbereiding voor een gesprek met nieuwe opdrachtgevers;

gelegenheid om te netwerken met andere freelancers/zzp’ers.

Aanmelden voor deze voorlichtingsbijeenkomsten kan via de website van de KvK.


LinkedIn Fin-Nance Consultancy 
LinkedIn Fin-Nance Consultancy 
Facebook Fin-Nance Consultancy
E-mail Fin-Nance Consultancy