Pensioen in eigen beheer niet meer toegestaan



Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) bouwt net zoals een werknemer in loondienst pensioen op. Alleen bouwt een DGA dit pensioen zelf op in zijn eigen B.V. Bij het bereiken van de pensioenleeftijd betaalt de DGA dan zijn pensioen aan zichzelf uit. Vanaf 1 januari 2017 is het pensioen in eigen beheer echter niet meer toegestaan. Hoe nu verder?




Een directeur-grootaandeelhouder ben je niet alleen als je de eigenaar bent van een B.V.. DGA ben je zodra je zó veel aandelen hebt dat je de meerderheid van de stemmen hebt bij een algemene vergadering en dus niet tegen je zin in kan worden ontslagen of zodra in de statuten is bepaald dat je niet zomaar ontslagen kan worden (maar pas bij een versterkte meerderheid van de stemmen). Om net als mensen die op de loonlijst staan pensioen op te bouwen, kregen DGA’s de mogelijkheid zelf pensioen op te bouwen en te beheren: het pensioen in eigen beheer (PIEB). Vanaf 1 januari 2017 stopt deze mogelijkheid.



Waarom stopt het PIEB?

Veel B.V.’s zijn de afgelopen jaren in problemen gekomen doordat de rente daalt. Hierdoor hebben de DGA’s een hogere voorziening nodig om het pensioen in de toekomst toch uit te kunnen betalen. Daarbij geeft het verschil tussen de commerciële en fiscale voorschriften een verkeerd beeld van de werkelijkheid. Hierdoor is er een groot verschil tussen de commerciële en fiscale waarde van de pensioenvoorziening en daarmee het eigen vermogen. De commerciële waarde van de pensioenvoorziening geeft de werkelijke waarde van de voorziening weer. Bij deze waardering is rekening gehouden met een lage rekenrente, leeftijdsterugtelling en de indexatie van pensioenen. De fiscale waarde wordt berekend met een rekenrente van 4% en er wordt geen leeftijdsterugtelling gehanteerd. Het is hierdoor goed mogelijk dat de commerciële waarde twee keer zo hoog is als de fiscale waarde. Dit resulteert in het feit dat het werkelijke eigen vermogen aanzienlijk lager is dan het fiscale eigen vermogen. Om een einde te maken aan deze problematiek heeft de staatssecretaris van Financiën nu besloten het PIEB te stoppen.



Hoe nu verder?

Per 1 januari 2017 is de DGA verplicht te stoppen met het zelf opbouwen van zijn pensioen. Wel kan hij kiezen om zijn pensioen op te bouwen bij een verzekeraar zoals een werknemer in loondienst dat ook doet. De staatssecretaris heeft het volgende bepaald:



Premievrij maken

Alle pensioenen in eigen beheer worden per 1 januari 2017 premievrij gemaakt. De voorziening neemt nog wel toe, maar niet meer met dotaties (wel indexatie en oprentie). Voor pensioenaanspraken die nog niet premievrij zijn gemaakt dient dit per 31 december 2016 te zijn gebeurd.



Afstempelen

Nadat een pensioenaanspraak premievrij is gemaakt, heeft de DGA de mogelijkheid de pensioenaanspraak aan te passen (af te stempelen) tot de fiscale waarde. Deze afstempeling leidt echter niet tot belastingheffing of revisierente, waar dit normaliter wel het geval was. Door deze afstempeling zijn de commerciële en fiscale waarde van de pensioenvoorziening gelijk. Dit heeft als gevolg dat pensioenuitkeringen in de toekomst lager worden (de commerciële en dus werkelijke waarde is in de meeste gevallen verlaagd). Pensioenen die reeds uitgekeerd worden hebben deze mogelijkheid ook.



Kiest de DGA niet voor de afstempeling, dan behoudt hij wel zijn pensioenaanspraken en blijft hij deze waarderen volgens fiscale grondslagen. Er blijft dan een verschil bestaan tussen de commerciële en fiscale waarde van de pensioenvoorziening.



Belangrijk om in overweging te nemen is dat door de afstempeling het nabestaandenpensioen ook verminderd wordt. Een pensioenaanspraak bestaat namelijk vaak uit een ouderdomspensioen én een nabestaandenpensioen. De partner wordt hierdoor benadeeld bij het overlijden van de DGA omdat er minder nabestaandenpensioen zal worden uitgekeerd. Uit het definitieve plan van de staatssecretaris blijkt dat er geen instemming van de partner nodig is om het ouderdomspensioen af te stempelen of af te kopen.



Nadat de pensioenaanspraak is afgestempeld heeft de DGA opnieuw een keuze. Hij kan de voorziening voortzetten (oudedagssparen in eigen beheer (OSEB)) of de voorziening met korting afkopen.



OSEB

Als de voorziening wordt voortgezet kan deze niet meer worden gedoteerd op basis van het salaris. Dotaties bestaan enkel uit oprenting op basis van het U-rendement, welke in de winst- & verliesrekening belast wordt.



De uitkering van de OSEB zal als volgt verlopen:

-        Overdracht naar een andere B.V. is niet mogelijk. Enkel de beherende B.V. kan de uitkeringen verrichten. Wel is het mogelijk de pensioenvoorziening over te dragen aan een verzekeraar of bank.

-        De uitkering moet uiterlijk binnen twee maanden na het bereiken van de pensioenleeftijd ingaan.

-        De uitkeringen moeten kwalificeren als periodieke uitkering en hebben een looptijd van 20 jaar. In het eerste jaar wordt dan 1/20e deel van de voorziening uitgekeerd, in het tweede jaar 1/19e deel enzovoorts.

-        Indien de DGA voortijdig overlijdt moet er binnen 12 maanden een uitkering aan de nabestaanden beginnen.

-        Als niet volgens de reguliere procesgang wordt afgewikkeld dient er een revisierente te worden betaald (20%).



Afkopen

Nadat de pensioenvoorziening is afgestempeld tot de fiscale waarde van de voorziening, kan de DGA er voor kiezen de pensioenaanspraak met korting af te kopen. Normaal gesproken is er revisierente verschuldigd (20%). Echter is er voor de jaren 2017, 2018 en 2019 een uitzondering gemaakt. Deze drie jaren betreffen de overgangsperiode. In de overgangsperiode hoeft er geen revisierente te worden betaald.



Naast een korting in revisierente is er ook een korting voor het afkopen van de pensioenaanspraak. Deze kortingen gelden op de balanswaarden per 31 december 2015. Onderstaande kortingen gelden dus niet op dotaties in 2016 of later.

-        Indien er in 2017 wordt afgekocht wordt 34,5% van de (fiscale) waarde vrijgesteld. Dit houdt in dat slechts 65,5% belast wordt bij afkoop. De voorziening wordt belast met inkomstenbelasting. In het meest ongunstige geval wordt er 65,5% x 52% = 34,06% belasting betaald over de afkoop.

-        Indien er in 2018 wordt afgekocht wordt 25% van de (fiscale) waarde vrijgesteld. Dit houdt in dat 75% belast wordt bij afkoop. In het meest ongunstige geval wordt er 75% x 52% = 39% belasting betaald over de afkoop.

-        Indien er in 2019 wordt afgekocht wordt 19,5% van de (fiscale) waarde vrijgesteld. Dit houdt in dat 80,5% belast wordt bij afkoop. In het meest ongunstige geval wordt er 80,5% x 52% = 41,86% belasting betaald over de afkoop.

De belasting is direct bij afkoop verschuldigd.



Door het afkopen van de pensioenaanspraak komt er privé geld beschikbaar voor de DGA. De B.V. de betaalt de loonheffing over de en de DGA ontvangt de netto-afkoop. Indien de B.V. de DGA de afkoop verschuldigd blijft, wordt een terbeschikkingsvordering gecreëerd. Dit is fiscaal ongunstig.



Een mogelijk gevolg van de afkoop is dat door de beëindiging van opbouwen van pensioen de DGA een lager fiscaal loon geniet dan in een vergelijkbare dienstbetrekking. Dit kan tot gevolg hebben dat het DGA-loon verhoogd moet worden.



Duidelijk is dat er verschillende mogelijkheden zijn voor de DGA en dat hij een keuze zal moeten gaan maken. Indien u benieuwd bent of vragen heeft over uw mogelijkheden en de voor u beste keuze, neem dan vrijblijvend contact met ons op via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 0345-501828. We helpen u graag bij het maken van de juiste én voordeligste keuze.



U heeft geen rechten om opmerkingen te plaatsen.

LinkedIn Fin-Nance Consultancy 
LinkedIn Fin-Nance Consultancy 
Facebook Fin-Nance Consultancy
E-mail Fin-Nance Consultancy