Nieuwe CO2 grenzen 2015

Per 1 januari 2015 gelden nieuwe CO2-normen voor de bijtelling voor het privégebruik van de auto van de zaak. Deze nieuwe grenzen gelden alleen als u of uw werknemer in 2015 een nieuwe auto aanschaft.

De hoogte van de bijtelling is afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. Auto’s met een lagere CO2-uitstoot krijgen een korting op de bijtelling. Het bijtellingspercentage kan daardoor ook 20%, 14%, 7% of 4% bedragen. De afgelopen jaren heeft het kabinet de CO2-grenzen aangepast, omdat steeds meer auto’s in de lagere bijtelling terechtkwamen. Per 2015 moet u ook weer rekening houden met nieuwe CO2-grenzen. Het bijtellingspercentage geldt dan gedurende een periode van zestig maanden.

CO2-grenzen vanaf volgend jaar


In onderstaande tabel ziet u de CO2-grenzen die gelden per 1 januari 2015.

De bijtellingsklasse van uw auto van de zaak wordt bepaald op basis van de gemiddelde CO2-uitstoot. Die grenzen verscherpen elk jaar. Gelukkig blijft de (lage) bijtelling onveranderd 60 maanden lang gekoppeld aan de auto.



Een dieselmodel met een CO2-uitstoot van 89 gram per kilometer, kon de afgelopen jaren rekenen op een inschaling in het lage bijtellingstarief van 14% bij privégebruik. Sinds de verscherping van de emissie-eisen per 1 januari 2013 mag een auto van de zaak op diesel niet meer dan 88 gr/km uitstoten om te profiteren van het lage tarief van 14% fiscale bijtelling.

Maar hoe zit dat dan als u een auto van de zaak krijgt die eerder door een collega is gereden? Stel, die is in 2011 geregistreerd en viel toen in de bijtellingsklasse van 14%, maar zou inmiddels op basis van de uitstoot goed zijn voor 20% bijtelling. Betaalt u dan meer bijtelling dan uw collega die dezelfde auto eerder reed?

Het antwoord is: nee. Het bijtellingspercentage op een auto van de zaak geldt 60 maanden en is gekoppeld aan de auto. Als een auto voor het eerst te naam wordt gesteld, wordt op dat moment het bijtellingspercentage bepaald op basis van de officiële typegoedkeuring en de daarbij vastgestelde CO2-uitstoot. Dat bijtellingspercentage blijft 5 jaar geldig. Als een collega een al eerder binnen het bedrijf gebruikte auto toegewezen krijgt, geldt door deze regeling ook voor hem of haar het verlaagde percentage als de auto daar qua CO2-uitstoot voor in aanmerking kwam.

Het verlaagde percentage geldt door deze regeling ook bij de inzet van een gebruikte auto. Ook auto’s die vóór 1 juli 2012 voor het eerst te naam zijn gesteld, hebben na 1 juli 2012 hun eventuele verlaagde bijtellingspercentage behouden. Dat percentage blijft door een overgangsregeling nog van kracht tot 1 juli 2017, óók als de auto van eigenaar of berijder wisselt. Op deze auto’s kan de verlaagde bijtelling zelfs nog langer van kracht blijven als de eigenaar of de berijder dezelfde is als voor 1 juli 2012.

Loonkosten besparen met brug-WW

In 2015 komt de ministerraad met de zogenoemde brug-WW. Dit staat in de plannen die op Prinsjesdag 2014 zijn gepresenteerd. Wie werkloos is of dreigt te raken, kan de brug-WW gebruiken terwijl hij zich laat om- of bijscholen. Uw onderneming kan hierdoor op loonkosten besparen.

Het doel van de brug-WW is om mensen direct van werk-naar-werk te begeleiden. Hiermee wil de regering voorkomen dat werknemers in de WW belanden en van daaruit op zoek moeten naar een nieuwe baan.

Alleen bij kansrijke beroepen of personeelstekorten


Niet iedereen komt in aanmerking voor de brug-WW. Voorwaarde is namelijk dat (dreigend) werklozen aan de slag gaan in een kansrijk beroep of een sector met personeelstekorten, zoals de techniek. Zij kunnen dan brug-WW krijgen voor de uren waarin zij de noodzakelijke omscholing krijgen, terwijl ze voor de rest bij uw onderneming aan de slag gaan.
Voor de uren waarin zij daadwerkelijk werken voor uw onderneming, ontvangen ze gewoon salaris. In welke gevallen er sprake is van een kansrijk beroep of een groeisector moet nog blijken uit een sectorplananalyse.


Geen loondoorbetaling voor uren van omscholing



De brug-WW moet uw loonkosten voor nieuwe werknemers beperken. Normaal gesproken zou u voor de uren dat de werknemer omscholing krijgt, gewoon zijn loon moeten betalen. Bij de brug-WW hoeft u de werknemer alleen nog te betalen voor de uren dat hij daadwerkelijk werkt en dus geen scholing volgt. Het is alleen nog even afwachten of uw onderneming zich in een groeisector bevindt.



Kabinet bereikt akkoord over begroting 2015

Het kabinet heeft samen met de oppositiepartijen D66, ChristenUnie en SGP overeenstemming bereikt over de begroting voor 2015. Op Prinsjesdag (16 september) maakt het kabinet de plannen voor 2015 bekend.

De afgelopen twee weken heeft het kabinet met de oppositiepartijen onderhandeld over de begroting voor 2015. Dit jaar was er ongeveer € 1 miljard extra te verdelen en waren er geen bezuinigingen nodig. Het bereikte akkoord is volgens minister Dijsselbloem van Financiën een voorzichtige begroting. De begroting houdt rekening met de beperkte ruimte en met de onzekerheden op internationaal gebied. De meeste mensen gaan er volgend jaar een klein beetje op vooruit.

Extra geld voor lastenverlichting

De partijen zijn overeengekomen om € 500 miljoen extra vrij te maken voor lastenverlichting. Deze lastenverlichting moet ten goede komen aan de mensen in de eerste belastingschijf. Eerder was al een lastenverlichting voor 2015 toegezegd van € 500 miljoen. Dit moet zorgen voor een lichte koopkrachtstijging. Daarnaast komt er € 100 miljoen extra voor defensie, € 375 miljoen voor de opvang van asielzoekers en € 500 miljoen voor noodhulp. Volgend jaar gaat de zorgpremie met € 114 omhoog en stijgt het eigen risico waarschijnlijk van € 360 naar € 375.

Alle wijzigingen op een rijtje


Op dinsdag 16 september presenteert het kabinet alle plannen voor 2015 aan de Tweede Kamer. Toch is de eerste maatregel al uitgelekt. Bronnen in Den Haag melden namelijk dat het kabinet van plan is om het lage BTW-tarief op arbeidskosten bij verbouwingen en renovaties met zes maanden te verlengen.
Fi-Nance Consultancy zet na Prinsjesdag alle wijzigingen voor u op een rijtje. Houdt u onze website in de gaten voor alle actuele ontwikkelingen.

Vereenvoudigde WKR in 2015

De werkkostenregeling wordt vanaf 2015 verplicht voor iedere werkgever. De vrije ruimte daalt van 1.5% naar 1,2% van de fiscale loonsom. Dit betekent dat overschrijding van de vrije ruimte nog sneller op de loer ligt. Om de werkkostenregeling te vereenvoudigen heeft staatssecretaris Wiebes besloten dat vanaf 1 januari 2015 niet meer tussentijds afgerekend hoeft te worden over de vrije ruimte in de WKR. Vanaf 1 januari 2015 kan dit na afloop van het kalenderjaar en hoeft er nog maar één afrekening gemaakt te worden en een eventuele overschrijding in één keer afgerekend met de fiscus. Deze maatregel scheelt u een hoop administratieve rompslomp.

VAR 2014 ook in 2015 geldig

VAR's voor 2014 blijven ook in 2015 geldig. Totdat de nieuwe wet- en regelgeving ingaat. Personen die nu voor 2014 van een VAR gebruik maken kunnen die verklaring dus ook in 2015 blijven gebruiken, zolang hetzelfde werk onder dezelfde omstandigheden en voorwaarden wordt gedaan.

Zodra de nieuwe wet- en regelgeving bekend is, komt de Belastingdienst met nieuwe informatie. Een nieuwe VAR moet wel worden aangevraagd wanneer een persoon dit jaar of in 2015 gaat werken onder andere omstandigheden of voorwaarden. Voor meer informatie zie ook www.belastingdienst.nl/var.

Winstbox voor ondernemers is van de baan

Het invoeren van een winstbox – een aparte box voor ondernemers in de inkomstenbelasting – is te complex en heeft geen duidelijke voordelen. Het kabinet heeft daarom besloten af te zien van de verdere uitwerking en invoering van de winstbox.

De winstbox was bedoeld om de belastingdruk van ondernemers in de inkomstenbelasting en werknemers aan de onderkant van de inkomensverdeling dichter bij elkaar te brengen en de doorgroei te stimuleren. Voor ondernemers ging dan een apart tarief gelden en de huidige ondernemersfaciliteiten – zoals de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling – zouden verdwijnen.

Valse e-mail belastingdienst!

De Belastingdienst waarschuwt particulieren voor een valse e-mail. Deze e-mail heeft als afzender Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

In de valse e-mail wordt verzocht om een belastingschuld zo spoedig mogelijk te betalen.

De Belastingdienst gebruikt in bepaalde gevallen e-mail. Maar in een e-mail wordt nooit gevraagd om een belastingschuld over te maken.

De Belastingdienst vraagt ook nooit om persoonlijke gegevens.

De valse e-mail van Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. bevat de volgende tekst:

Geachte burger,

Een inkomstenbelasting betaling met een bedrag van 46,00 Euro in de wacht. U bent verplicht om dit bedrag online betalen via de belastingen kantoor online
betalingsformulier.

Klik op de link hieronder om verder te gaan:

https://digid.nl/belastingbetaling

Opmerking: Het negeren van deze vereiste actie kan ertoe leiden dat u financiële problemen met de overheid financiële afdeling

Bedankt voor uw begrip,

Belastingdienst.




Stijging minimumloon per 1 juli 2014

Het minimum loon stijgt per 1 juli 2014 met 0,65% ten opzichte van het minimumloon dat per 1 januari is vastgesteld.

Het bruto wettelijk minimumloon bedraagt vanaf 1 juli:
per maand:          1.495,20
per week:                345,05
per dag:                    69,01

Dit minimumloon geldt voor alle werknemers vanaf 23 jaar tot de AOW-leeftijd bij een volledig dienstverband. Voor werknemers die parttime werken, is het bruto minimumloon evenredig lager.

Minimum jeugdloon
Werknemers jonger dan 23 jaar hebben recht op een vastgesteld percentage van het bruto wettelijk minimum loon. Dat percentage per leeftijd is als volgt:

22 jaar: 85%
21 jaar: 72,5%
20 jaar: 61,5%
19 jaar: 52,5%
18 jaar: 45,5%
17 jaar: 39,5%
16 jaar: 34,5%
15 jaar: 30%

Minimum uurloon
Voor een werknemer van 23 jaar of ouder is het minimum bruto uurloon per 1 juli als volgt:

36-urige werkweek:      9,58 euro
38-urige werkweek:      9,08 euro
40-urige werkweek:      8,63 euro

Maak wettelijke vakantiedagen op vóór 1 juli!

Sinds de nieuwe vakantiewet per 1 januari 2012 van kracht is, zijn wettelijke vakantiedagen nog maar een half jaar geldig na het opbouwjaar. De wettelijke vakantiedagen uit 2013 vervallen dus per 1 juli 2014. Om vakantiemissers te voorkomen, is het belangrijk dat uw OR er alles aan doet om de achterban goed voor te (laten) lichten.

Door de nieuwe vakantiewet moeten werknemers hun wettelijke vakantiedagen binnen een half jaar na het jaar van opbouw benutten. Een uitzondering geldt voor werknemers die ‘redelijkerwijs’ niet in staat zijn geweest om vakantie op te nemen. Zij kunnen met de werkgever afspreken om de vervaltermijn te verlengen. Het is dan wel belangrijk dat uw bestuurder de werknemers hierover goed informeert. Heeft uw organisatie een duidelijke vakantieregeling? Zo niet, dan is het tijd hierover afspraken te maken met de bestuurder.

Belaste verhuur goed vastleggen

Onder voorwaarden kunt u ervoor kiezen om de verhuur van een onroerende zaak te belasten met BTW. Het is daarbij belangrijk om de keuze goed vast te leggen. Blijkt achteraf dat u niet aan de voorwaarden voldoet, dan kunt u net als bij een recente zaak van rechtbank Gelderland een naheffingsaanslag verwachten.

De verhuur van een onroerende zaak is in principe vrijgesteld van BTW. U kunt echter verzoeken om de verhuur met BTW te belasten. U kunt dit doen door een apart verzoek bij de Belastingdienst in te dienen of de BTW-belaste verhuur op te nemen in de huurovereenkomst. De verhuur moet dan wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. In deze zaak ging het om een directeur-grootaandeelhouder (dga), die een onroerende zaak verhuurde aan zijn bv. De dga nam de optie voor BTW-belaste verhuur op in de huurovereenkomst, maar deze huurovereenkomst werd niet geëffectueerd. De bv kreeg echter wel de beschikking tot het pand. Door het ontbreken van een overeenkomst en een verzoek aan de fiscus, was deze verhuur vrijgesteld van BTW. De Belastingdienst legde daarom naheffingsaanslagen op om de BTW te herzien.

Voorwaarden BTW-belaste verhuur

De dga vond de naheffingsaanslagen niet terecht en ging naar de rechter. De rechtbank stelde dat de dga ook nooit aan de voorwaarden voldeed voor de BTW-belaste verhuur. De onroerende zaak werd namelijk niet voor ten minste 90% of meer gebruikt voor belaste prestaties. Daarnaast moest de fiscus rekening houden met het huwelijksgoederenregime van de dga. De dga was daardoor met zijn partner ieder voor 50% eigenaar van het pand. De aftrek van BTW hoorde in dat geval beperkt te worden tot het aandeel van de dga in de onroerende zaak. Bij de herziening van de BTW had de inspecteur hier rekening mee moeten houden. De fiscus mocht dus naheffingsaanslagen opleggen, maar moest die wel verminderen vanwege het huwelijksgoederenregime.
Rechtbank Gelderland, 13 mei 2014, ECLI (verkort):
3047

Zorgen om wanbetalers bij MKB

Wanbetalers blijven een grote zorg voor mkb-ondernemers. Zeker in tijden van economische malaise neemt het aantal openstaande facturen toe. Geldgebrek is immers de belangrijkste oorzaak voor wanbetalingen. U kunt het risico op wanbetalingen echter wel aanzienlijk verkleinen met behulp van een aantal maatregelen.

In Nederland wordt ruim 32% van de facturen te laat voldaan. Dat percentage ligt lager dan het West-Europese gemiddelde; waar afnemers in 37,6% van de gevallen te laat tot betaling overgaan. Van de Nederlandse ondernemers ziet een derde het niet kunnen innen van openstaande facturen dit jaar als grootste bedreiging voor de winstgevendheid van de onderneming. Dat is hoger dan het gemiddelde in West-Europa (29,6%). Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek onder 3000 ondernemers naar betaalgedrag van het Europese bedrijfsleven door kredietverzekeraar Atradius

LinkedIn Fin-Nance Consultancy 
LinkedIn Fin-Nance Consultancy 
Facebook Fin-Nance Consultancy
E-mail Fin-Nance Consultancy