Per 2016 pensioenleeftijd naar 68

Sinds 1 januari 2014 ligt de pensioenrichtleeftijd op 67 jaar. Het ziet ernaar uit dat deze met ingang van 2016 nog een jaartje omhoog gaat. Dit heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën kortgeleden aangegeven aan de Eerste Kamer.

Staatssecretaris Wiebes heeft begin april een brief (pdf)
 naar de Eerste Kamer gestuurd naar aanleiding van vragen over het wetsvoorstel voor versobering van het Witteveenkader voor pensioenen. Hierin geeft hij onder meer aan dat de fiscale pensioenrichtleeftijd naar verwachting per 1 januari 2016 naar 68 jaar gaat. Dit betekent dat pensioenaanbieders voor de opbouw van pensioen zullen rekenen met een opbouwperiode tot aan de 68e verjaardag. Wie eerder met pensioen wil, krijgt een lagere pensioenuitkering.

Aankondiging verhoging pensioenleeftijd vóór 1 januari 2015

De fiscale pensioenrichtleeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting. Als de ontwikkeling van de levensverwachting inderdaad aanleiding geeft tot een verdere verhoging van de pensioenleeftijd, moet de regering deze verhoging vóór 1 januari 2015 officieel aankondigen. Een aanpassing van de pensioenleeftijd moet volgens de wet namelijk altijd minstens een jaar van tevoren bekendgemaakt worden. Een nieuwe verhoging per 2015 is dus niet aan de orde, aangezien die dan vóór 2014 bekend had moeten zijn.

Per 1 juli 2014 geen proeftijd meer in kort contract

Vanaf 1 juli 2014 mag u geen proeftijd meer opnemen in een tijdelijk contract van zes maanden of korter. Dit is één van de maatregelen uit het wetsvoorstel Werk en zekerheid. Hoe gaat u hier straks mee om?

Per 1 juli 2014 is het verboden om een proeftijd op te nemen in een tijdelijk contract van zes maanden of korter. Neemt u wel een proeftijd in zo’n contract op, dan is dit nietig. Het proeftijdbeding heeft dan geen werking.

Eerst vrijblijvend kennismaken


Toch kan het voor zowel de werknemer als de werkgever prettig zijn om eerst wat vrijblijvender kennis met elkaar te maken. In dat geval heeft u de volgende opties:

Nul-uren contract niet zo flexibel als u denkt!

Maakt u af en toe gebruik van oproepkrachten? Let er dan op dat als u een oproepkracht na een bepaalde periode niet meer oproept, dit gezien kan worden als ontslag. De oproepkracht kan dan namelijk een beroep doen op het rechtsvermoeden. Dit betekent dat hij recht heeft op loondoorbetaling voor het gemiddeld aantal uren dat hij de afgelopen maanden bij u heeft gewerkt. Dit bevestigde de kantonrechter in Amsterdam.

In deze zaak besloot een werkgever een oproepkracht – met een oproepovereenkomst van een jaar – nadat zij vier maanden voor de onderneming had gewerkt, niet meer op te roepen. De oproepkracht stapte naar de rechter omdat zij vond dat ze op grond van het zogenoemde rechtsvermoeden recht had om gemiddeld 23 uur per week opgeroepen te worden. Dit was namelijk het gemiddelde aantal uren dat zij in de afgelopen drie maanden had gewerkt. Ze wilde deze uren doorbetaald krijgen tot het einde van haar contract.

Steuntje in de rug met uitstel van betaling

Lukt het u niet om belasting te betalen, dan kunt u als ondernemer uitstel van betaling krijgen. Het Tweede Kamerlid Omtzigt (CDA) heeft hierover vragen gesteld naar aanleiding van het bericht dat Nederlandse ondernemingen voor € 1 miljard in het krijt staan bij de Belastingdienst. Recent heeft staatssecretaris Wiebes van Financiën de mogelijkheden van uitstel van betaling daarom op een rijtje gezet.

In zijn antwoorden gaat de staatssecretaris in op de verschillende soorten uitstel: kortlopend uitstel, regulier uitstel en bijzonder uitstel. Het kortlopend uitstel is het gevolg van een tijdelijke versoepeling in 2009. Ondernemers met tijdelijke liquiditeitsproblemen door de economische crisis konden kortlopend uitstel aanvragen. Deze uitstelregeling is sinds 1 januari 2013 definitief in de wet opgenomen. U hoeft echter onder de huidige regeling niet meer aan te tonen dat de betalingsproblemen het gevolg zijn van de economische crisis. Onder voorwaarden krijgt u maximaal vier maanden uitstel van betaling voor schulden van minder dan € 20.000. U kunt schriftelijk en telefonisch verzoeken om kortlopend uitstel.

Belastingplicht overheidsbedrijven: kabinet kiest voor rechtsvormneutrale variant

In mei 2013 heeft het kabinet aangekondigd dat overheidsbedrijven die economische activiteiten uitoefenen uiterlijk per 1 januari 2016 vennootschapsbelastingplichtig zouden worden. In een brief van 6 maart 2014 heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd hoe het de belastingplicht wil vormgegeven. In het conceptwetsvoorstel waar nu aan wordt gewerkt is het uitgangspunt dat concurrerende overheidsondernemingen ongeacht hun rechtsvorm in de belastingplicht worden betrokken, waarbij een vrijstelling wordt geboden voor overheidstaken.

De vormgeving kwam aan de orde in een antwoord van het kabinet op Tweede Kamervragen over een gelijk Europees speelveld voor Nederlandse havens, maar zij is ook van belang voor andere overheidsbedrijven.

Inventarisatieronde

De keuze voor een rechtsvormneutrale uitwerking is het resultaat van de in mei 2013 aangekondigde inventarisatieronde bij de verschillende departementen en lagere overheden. De indirecte ondernemingsvariant, waarbij overheden zouden worden verplicht om concurrerende activiteiten onder te brengen in een aparte rechtspersoon, is van tafel. De geconsulteerde belanghebbenden hebben bijna unaniem bezwaren geuit tegen het verplicht op afstand plaatsen van concurrerende activiteiten in een aparte rechtsvorm. Zij zien daarbij vooral op tegen de aansturing, de ‘corporate governance’ en de kosten van het oprichten en in stand houden van privaatrechtelijke rechtspersonen. De administratieve lasten die gepaard gaan met de nu gekozen rechtsvormneutrale uitwerking (de directe variant) wegen volgens de belanghebbenden niet op tegen de bezwaren die zij hebben tegen de indirecte overheidsvariant. De nu gekozen uitwerking heeft volgens het kabinet geen gevolgen voor de omvang van de groep overheidsondernemingen die vennootschapsbelastingplichtig worden.

Momenteel overlegt het kabinet met de Europese Commissie over de verschillende aspecten van de gekozen variant en de voorgestelde vrijstelling voor overheidstaken. Specifiek wordt daarbij opgemerkt dat men kijkt naar de mogelijkheid om Nederlandse zeehavenbeheerders bij wijze van overgangsrecht vrijgesteld te houden totdat sprake is van een gelijk Europees speelveld op het gebied van belastingheffing naar de winst voor havens.

Geen betalingsonmacht gemeld? Bestuurder persoonlijk aansprakelijk!

Als u door omstandigheden een openstaand bedrag bij de Belastingdienst niet kunt betalen, is het belangrijk dat u dit op tijd meldt. Als u geen tijdige melding van betalingsonmacht doet, kan de inspecteur u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk stellen voor de schuld. Deze melding moet u doen voor elk onderdeel in uw concern, zo blijkt uit een uitspraak van Gerechtshof Amsterdam.

In 2009 deed de Belastingdienst een boekenonderzoek naar de BTW-aangifte van een BV over 2007 en 2008. De accountant van de BV had nagelaten voor deze jaren een suppletie in te dienen. Toen hij de aankondiging van de controle onder ogen kreeg, deed hij dit alsnog. De Belastingdienst stelde de bestuurder van de BV aansprakelijk voor de niet-betaalde BTW. De suppletie was immers te laat ingediend en de BV had bovendien geen melding gemaakt van betalingsonmacht.

Betalingsonmacht gemeld van andere BV’s


De bestuurder van de BV was het hier niet mee eens. De BV in kwestie was namelijk onderdeel van een groep die uit meerdere BV’s bestond. Die BV’s hadden al wel aan de fiscus laten weten dat ze betalingsproblemen hadden. De bestuurder vond dat de inspecteur daaruit had kunnen concluderen dat er sprake was betalingsonmacht bij zijn BV. De rechter was hier niet mee eens. Elke BV in het concern moest afzonderlijk melding maken van betalingsonmacht. Het was niet aan de inspecteur om op eigen initiatief te concluderen dat de betalingsonmacht gold voor alle BV’s in de groep. Bovendien was de bestuurder ook aansprakelijk omdat hij invloed uit had kunnen oefenen op het aangifte- en betalingsgedrag van de BV. De bestuurder kon ook niet aannemelijk maken dat het niet melden van betalingsonmacht buiten zijn schuld lag. Hij was daarom terecht aansprakelijk gesteld voor de belastingschuld. Gerechtshof Amsterdam, 30 januari 2014, ECLI (verkort): 176

Toch nog twee jaar uitstel voor SEPA?

U krijgt mogelijk nog langer de gelegenheid om over te stappen op SEPA. De wettelijke invoerdatum was 1 februari 2014 en er was al sprake van een overgangsperiode tot 1 augustus. Uw onderneming krijgt dus een half jaar extra de tijd om over te stappen op SEPA en moet op 1 augustus 2014 definitief gaan werken met het nieuwe Europese betalingssysteem. Minister Dijsselbloem van Financiën vindt echter ook die datum te vroeg en vraagt uitstel aan tot 1 februari 2016.

Eerder was er al sprake van een overgangsperiode voor het Single Euro Payments Area (SEPA). De formele invoerdatum blijft 1 februari, maar met de verlengde overgangsperiode mogen betalingen zoals die nu plaatsvinden nog tot 1 augustus 2014 worden geaccepteerd; dit om problemen in het betalingsverkeer te voorkomen. De Europese Raad ging kortgeleden akkoord met het voorstel van de Europese Commissie om particulieren en ondernemers een half jaar langer de tijd te geven voor de overgang op SEPA.

Extra uitstel tot 1 februari 2016

De Nederlandse overheid wil echter extra uitstel bovenop de nieuwe overgangsperiode van zes maanden. Minister Dijsselbloem van Financiën gaat daarom vragen of Nederland uitstel kan krijgen voor de overgang op SEPA tot 1 februari 2016. Hoewel hij dat verzoek had moeten indienen vóór februari 2013, denkt de minister een goede kans te maken omdat vijf andere landen ook hebben gevraagd om uitstel. 

Tot 1 augustus zetten banken rekeningnummers om naar IBAN

Volgens de oude plannen zou iedereen – particulier en onderneming – per 1 februari moeten zijn overgestapt op het SEPA. Toch bleek dit niet haalbaar. De banken zouden dan ook stoppen met het automatisch omzetten van de ‘gewone’ rekeningnummers naar IBAN. En dit zou betekenen dat transacties naar de oude rekeningnummers niet kunnen worden uitgevoerd. 

Nieuw fonds voor MKB financiering

Middelgrote ondernemingen kunnen in de loop van dit jaar een krediet krijgen via een nieuw fonds: het NL Ondernemingsfonds. Dit fonds is opgericht door banken en institutionele beleggers. Ondernemingen met een minimumjaaromzet van € 25 miljoen kunnen een krediet aanvragen bij dit nieuwe fonds. Het aan te vragen kredietbedrag is minimaal € 10 miljoen.

De verstrekte leningen worden gedeeltelijk door een bank en gedeeltelijk door het fonds gefinancierd. Voor het aanvragen van een krediet gelden dezelfde criteria die momenteel bij andere kredietaanbieders gelden. Gezien de minimale omzet is het fonds nu nog gericht op het middelgrote ondernemingen. De oprichters van het fonds laten echter weten dat er misschien in de toekomst ook aan de vraag van het kleinbedrijf wordt voldaan.

Goed begin 2014 met positief loonstrookje!

Je eerste loonstrookje van 2014 geeft waarschijnlijk een positief beeld. Er blijft door de lagere belastingen in 2014 onder aan de streep meer over. Dat heeft minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangegeven in een brief aan de Tweede Kamer.

Wat gaat er dit jaar veranderen in het belastingtarief?


In de eerste schijf van de inkomstenbelasting bestaat het tarief uit een deel belasting en een deel premies. Het belastingdeel gaat in 2014 omlaag van 5,85% naar 5,1%. Het tarief van de eerste schijf is daardoor komend jaar 36,25%. Daarnaast komen er voor lagere inkomens een hogere algemene heffingskorting en een hogere arbeidskorting. Deze kortingen verlagen de hoogte van de belastingen en premies volksverzekeringen. Hogere kortingen en lagere belastingen zorgen ervoor dat je uiteindelijk meer overhoudt. Dat is dus positief voor je loonstrookje.

Let op! Privékosten boeken op de zaak trekt de aandacht

De Belastingdienst houdt ondernemers extra streng in de gaten als zij privé-uitgaven op de zaak boeken. Een pilot van de Belastingdienst onder 360 ondernemers leverde een forse rectificatieronde op. Het uiteindelijke bedrag dat de fiscus corrigeerde was maar liefst € 1,3 miljoen. Dit resultaat is de aanleiding voor een extra strenge controle op de aangifte van een grotere groep ondernemers.

Van uw opbrengsten mag u zakelijke kosten aftrekken. Onder zakelijke kosten verstaat de fiscus alleen die kosten die u maakt voor de zakelijke belangen van uw onderneming. Zakelijke kosten zijn dus de kosten die – binnen redelijke grenzen – nodig zijn voor de uitoefening van uw onderneming en de kosten die rechtstreeks op uw onderneming betrekking hebben. Alle andere kosten, dus ook privé-uitgaven, zijn niet aftrekbaar. Als u privékosten op de zaak boekt, drukt dat immers uw winst en dat werkt concurrentievervalsend. Mocht u twijfelen over het in mindering brengen van uitgaven bij zogenaamde gemengde kosten – kosten die zowel een zakelijk als een persoonlijk karakter hebben – kunt u terecht bij de Belastingdienst.

Zelfstandig ondernemers tegen afschaffing zelfstandigenaftrek

Uit onderzoek van FNV Zelfstandigen blijkt dat 83% van de zelfstandig ondernemers het afschaffen van de zelfstandigenaftrek een slecht plan vindt. Het onderzoek is vorige week gehouden onder iets minder dan 1400 zelfstandigen. Het merendeel van de ondervraagde zelfstandig ondernemers verwacht bovendien dat zij de afschaffing van deze belastingmaatregel voor zzp´ers niet kunnen compenseren met hogere tarieven en dus minder inkomen zullen hebben en minder geld opzij kunnen zetten voor pensioen, scholing en ontwikkeling. 9% van de zelfstandigen overweegt zelfs te stoppen met het bedrijf. 

Het afschaffen van de zelfstandigenaftrek is één van de adviezen van de Commissie van Dijkhuizen over de hervormingen van het belastingstelsel.

Onrust

FNV Zelfstandigen heeft het onderzoek over de zelfstandigenaftrek opgezet omdat er na het advies van de Commissie Van Dijkhuizen veel onrust onder zelfstandig ondernemers is ontstaan. Bijna alle zelfstandigen maken momenteel gebruik van zelfstandigenaftrek. De belangrijkste reden dat de meeste zzp’ers het afschaffen van de zelfstandigenaftrek een slecht plan vinden, is dat zelfstandigen zelf voorzieningen tegen ziekte en dergelijke moeten nemen.

LinkedIn Fin-Nance Consultancy 
LinkedIn Fin-Nance Consultancy 
Facebook Fin-Nance Consultancy
E-mail Fin-Nance Consultancy